Bouwwijze en mate van geluidsisolatie:

Zeer slecht geïsoleerd zijn vaak kleinere oudere woningen van voor de 2e Wereldoorlog, met halfsteens dikke muren (beneden steens en boven halfsteens) of woningen met gepleisterde steensdikke muren van een lichte steen (poriso, gasbeton).

Slecht geïsoleerd zijn vaak woningen gebouwd tussen 1965 en 1982 met gemetselde muren van baksteen, kalkzandsteen, B2-blokken of gelijmde kalkzandsteenblokken.

Matig geïsoleerd zijn woningen met ca.30 cm dikke kalkzandsteenblokken, woningen met verankerde spouwmuren van baksteen met doorlopende houten vloeren, woningen met een ankerloze spouwmuur van kalkzandsteen maar zonder verdiepte fundering en houtskeletbouw met woningscheidende wanden van plaatmateriaal.

Voldoende geïsoleerd zijn woningen met zware betonnen muren (> 25 cm) met tevens zware betonnen vloeren die ontkoppeld zijn opgelegd d.m.v. speciale rubbers en woningen met een ankerloze spouwmuur van kalkzandsteen, baksteen of beton, met een verdiepte fundering van minimaal 50 cm onder vloerniveau.

Goed geïsoleerd zijn woningen met een ankerloze spouwmuur van kalkzandsteen, (spouwmuren 15 cm of dikker), baksteen of beton (elementen) met gescheiden fundatiebalken, ontkoppeld opgelegde vloeren en onderbroken daken. De woningen staan dan dus geheel los van elkaar.

Appartementencomplexen
Oudere appartementencomplexen (<1965) hebben vaak houten vloeren en dikke muren. Zonder aanpassingen is de geluidsisolatie vaak zeer slecht.

In appartementen complexen kan bij harde vloerbedekking (parket, plavuizen) ernstige hinder ontstaan door loopgeluiden. Complexen met een betonnen niet zwevende verdiepingsvloer hebben over het algemeen een matige geluidsisolatie.